De macabere gedachte overvalt me geregeld als ik zelf op een begrafenis zit waar allerlei dingen gebeuren waarvan ik hoop dat ze mijn lijk gespaard zullen blijven. Het overkomt me ook in deze tijd van het jaar, met al die overbodige info over de nieuwste trends in kerkhofbloemen, rouwconsulenten en kunstzinnige urnen. Dat ik ga nadenken over hoe ik zelf de geschiedenis wil ingaan.
En het is de zoveelste melding over het stijgend aantal crematies, die me nu toch over de streep heeft getrokken om het eens allemaal op een rijtje te zetten. Mijn angst om het lot der verbranding te ondergaan, is eindelijk groter geworden dan mijn luie overtuiging dat er nog tijd genoeg is om dat te regelen.
Niet!
Bon, ik wil dus NIET verbrand worden. NIET! Het zal allemaal wel makkelijker en plaatsbesparend en wat weet ik allemaal zijn, maar ik heb mijn tere huid niet al die tijd duizenden keren met sunblock ingesmeerd om uiteindelijk toch met brandwonden te vertrekken!
En ik moet er niet aan denken dat ik uitgestrooid word tussen restjes van andere mensen die ik niet ken of helemaal niet leuk vind! Ik wil ook niet in een urne op de schouw terechtkomen, waar ik de achterblijvers de stuipen op het lijf jaag. En ik wil al helemaal niet worden opgesloten in zo’n nis in de muur. Please! Ik heb claustrofobie, als ik geen zicht heb op de uitgang, word ik gek!
Onder een treurwilg
Ik wil een graf, liefst op een mooi, rustig plekje onder een schaduwrijke boom. Een treurwilg bijvoorbeeld, zoals we er vroeger thuis één in de tuin hadden staan. Eéntje met takken tot op de grond, waar ik een beetje op mezelf kan zijn en toch zicht heb op de wereld als een zacht briesje het bladerengordijn beroert.
Bloemen wil ik ook, maar het hoeven er niet veel te zijn en al zeker geen dure. Vergeet-mij-nietjes en madeliefjes en meiklokjes uit de tuin zijn goed. En misschien toch één bos prachtige rozen in alle kleuren van de regenboog. Want ik hou van kleurtjes. En van regenbogen. In elk geval geen kransen, dat staat vast. Ik ben dood niet waar, wat heb ik dan nog aan van die lelijke reddingsboeien?
Geen wierook
Ik wil geen katholieke poespas, niks over God en eeuwig leven en verrijzenis, geen gezwaai met die veredelde wc-borstel en geen wierook, want dat stinkt.
Ik zou het liefst met uitnodigingen werken, zodat er geen mensen binnen raken die alleen maar zijn gekomen om te kijken welke hoed de buurvrouw aan heeft en wie er zal huilen. Zelf wil ik natuurlijk wél weten wie er triest is, maar dat is mijn recht, want het is MIJN begrafenis. En ik wil ook niet dat mijn dierbaren té droevig zijn, ze mogen wel even treuren, maar daarna moeten ze weer met volle teugen genieten van het leven.
Spreekrecht
Enkele van mijn gasten krijgen spreekrecht. Ze mogen onderling uitmaken wie, al zijn er natuurlijk van wie ik hoop dat ze zéker wat zullen zeggen. Ik wil geen voorgekauwde teksten, ze moeten er wel een beetje moeite voor doen. En ik hoop dat wat ze zeggen warm en echt is. Ik ben bij leven nooit een heilige geweest, ik zou het appreciëren als ze me ook na mijn dood gewoon een mens laten zijn. Laat ze maar iets zeggen over dat ze mij graag hebben gezien en mijn fouten nog het liefst van al. Dat lijkt me perfect.
Voor de rest wil ik veel foto’s van alle geweldige dingen die ik heb beleefd met al die geweldige mensen die afscheid zijn komen nemen. Een foto voor het rouwprentje is er al. Die op het strand ja, de maker weet wel welke ik bedoel.
Sit down
En muziek natuurlijk, aan dat lijstje werk ik al jaren. Maar omdat ik er toch nooit helemaal uit zal raken, stel ik het volgende voor: zet mijn iPod op shuffle. Alles wat daar op staat, is goed voor mij. En met bijna 3000 nummers van smartlappen en chansons over disco, pop en rock tot klassiek, zit je wel goed voor een stevig nachtje doorfuiven. Drinks are on me. Als het zomer is en ze er een openluchtfuif van maken in de buurt van die treurwilg, kan je dat zelfs letterlijk nemen.
Ik heb alleen strikte eisen wat begin en einde betreft. Op het moment dat ze met mijn lijkkist voorbij schuifelen, wil ik “Sit Down” van James, de versie uit 1991. Omdat dat een lijflied van me is en omdat mensen altijd gaan rechtstaan als de dode wordt binnengedragen en het mij een goeie grap lijkt om hun verwarde blik te zien als er net dan wordt gezongen dat ze moeten gaan zitten. En de viering mag zo tegen de ochtend aan eindigen met The Scene en “Feest”. Want dat was het tenslotte toch.
Zo, nu dat in orde is, kan ik gaan douchen. Want ik zou graag proper gewassen zijn, als het zover is.
@Allen: reageren op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees ze dus - mod






01/11/2010 om 10:48
Ik kom af als het zo ver is!
01/11/2010 om 17:45
ik zal er zeker zijn!
Ik zal dan doen wat jij altijd voor mij doet, nl een mooi boek voorlezen!
01/11/2010 om 23:47
Heb ook lang aan een kist gedacht, met wat fotootjes van mijn dierbaren aan de binnenkant om wat sentimenteel uit mijn oogkassen naar te kijken en zo. Kies nu toch voor crematie. Zo gezellig is het aan de binnenkant van een kist tenslotte ook weer niet en batterijen voor een zaklamp gaan geen eeuwigheid mee. En een mooie grafsteen is trouwens ook een grote zeldzaamheid heden ten dage. Ze mogen mijn as hier aan de Waddenzee uitstrooien, waar mijn huisje staat, tussen de vogeltjes. Wel hoop ik dat het uw laatste douche niet is en dat u nog lang proper gewassen mag zijn. Mooi feestje wel anders.
02/11/2010 om 12:14
Zeer mooi, zeer poëtisch ! Het herinnert mij aan de hele evolutie die mijn kijk op mijn uitvaart sinds de tijd dat ik me voor het eerst in grote angst mijn sterfelijkheid bewust werd tot op heden nu ik denk dat ik tachtig jaar geleden in het lichaam van mijn moeder dit aards bestaan al voor enkele maanden begonnen was. Ik hoop dat mijn crematie geen pijn zal doen. Mijn assen kunnen ze strooien waar ze willen. Een uitvaartplechtigheid wil ik niet meer. Als alles opgeruimd is wens ik dat mijn echtgenoot en kinderen eens lekker gaan eten ter mijner gedachtenis om nog eens even een kerkelijke term te gebruiken. Ik hoop dat alle mensen die ooit lief voor mij geweest zijn weten hoe dankbaar ik hen ben. Afscheid nemen doe ik nu van minuut tot minuut.
02/11/2010 om 12:46
Schitterend geschreven, zeer herkenbaar, ingetogen en toch grappig. Zeker een bron van inspiratie voor mijn eigen uitvaartfeest!
02/11/2010 om 21:36
Als we dood zijn, zijn we er niet meer. Het lijkt me logisch dat wie dan nog leeft en in wiens/wier herinnering je hopelijk een mooi plekje inneemt, beslist hoe hij/zij verder wil met wat van je overblijft. Belast partner, kinderen en kleinkinderen niet met wensen over je dood heen !
03/11/2010 om 15:50
Lieve Els,
Ik doe je een suggestie, stel je mooi onderhouden huid ter beschikking van iemand die door brandwonden is verminkt,
je mooie ogen, je nog goed functionerende organen, kortom wordt donor. Je blijft dan nog een stukje langer leven, je ziet de bloemen, voelt de wind op je huid, jou hart klopt weer sneller als er vreugde is, jou nieren zorgen dat iemand niet meer twee keer per week aan de dialyse moet om te overleven.
Zonde dat dit alles ligt te verslijmen in een kist, hartstikke donker en nog klein ook.
De as kan je laten verstrooien in de wind en de zon te midden van fluitende vogels die een lofzang op jou aanheffen, op een plaats die jou dierbaar is.
Liefs Anton.
04/11/2010 om 12:28
Nog even terug gelezen, heel mooi…Ik heb zelf een verzameling postkaarten o.a. een met vergeet-mij-nietjes en meiklokjes; ook heb ik er nog een met een regenboog over de Drachenfels aan de Rijn. Op een rustig ogenblik kunnen wegdromen is toch heerlijk. Zolang ik nog kon gaan, deed ik graag een wandeling op het kerkhof en de omgewaaide bloempotten overal rechtzetten was daarbij een must. Als kind plukte ik in het rond uitgezaaide bloemen en zette ze op het graf van de onbekende man. Te sentimenteel ? Dat zal wel. Nu geloof ik enkel nog in het voortbestaan van mezelf als geest in een oneindig heelal, of tenminste een heel groot heelal. Maar als dit heelal niet oneindig is, wat is dan daarbuiten ? Ik hoop ook al degenen die ik lief heb ooit terug te zien. Wierookgeur vind ik nog altijd heerlijk, maar daarvoor hoeven we niet meer naar de kerk. De deur van de kerk is trouwens op slot !